Jouw hond heeft chronisch darmklachten. Voeding in zijn eerste anderhalf jaar is daar significant mee geassocieerd

Jouw hond heeft chronisch darmklachten. Voeding in zijn eerste anderhalf jaar is daar significant mee geassocieerd

Terugkerende diarree, buikgeluiden, wisselende eetlust, gewichtsverlies, chronische darmklachten horen bij de vaakst gestelde diagnoses in de veterinaire praktijk. Groot onderzoek van de Universiteit van Helsinki onder meer dan 7.000 honden laat zien dat de voeding in de eerste anderhalf jaar significant geassocieerd was met de kans op het ontwikkelen van die klachten later.

Wolfork - passend bij het onderzochte NPMD-patroon

Onbewerkt · Rauwe botten en vis aanwezig · Geen extrusie

Wat zijn chronische darmklachten bij honden?

Chronische enteropathie (CE) is een verzamelnaam voor langdurige spijsverteringsklachten die langer dan drie weken aanhouden: terugkerende diarree, braken, darmgeluiden, verminderde eetlust, buikpijn of gewichtsverlies. De oorzaken zijn divers, van voedingsgerelateerde ontsteking tot een verstoring van de darmflora en genetische aanleg.


In de DogRisk-populatie rapporteerde 18–22% van de eigenaren CE-gerelateerde symptomen bij hun hond. De auteurs benadrukken dat dit niet noodzakelijkerwijs representatief is voor de algemene hondenpopulatie. Gemiddeld begonnen de klachten al op 1,4 jaar leeftijd, wat suggereert dat vroege factoren een rol spelen.


Honden en mensen delen veel van dezelfde chronische darmziekten. CE bij honden vertoont sterke overeenkomsten met IBD bij mensen, zowel qua symptomen als oorzakelijke factoren. Honden worden daardoor gezien als een waardevol model voor vergelijkend voedingsonderzoek.

Het onderzoek: 7.050 honden, twee levensfasen

DogRisk - Universiteit van Helsinki 

Vuori et al. (2023) analyseerden data van de DogRisk-voedselfrequentievragenlijst om te onderzoeken of vroege voeding geassocieerd was met CE later in het leven. Het betrof een grote cross-sectionele studie met longitudinale data: 7.050 honden voor de puppyfase (2–6 maanden) en 5.928 honden voor de adolescentfase (6–18 maanden). De studie is observationeel en gebaseerd op eigenaarrapportage.


Twee voedingsstijlen werden vergeleken: een NPMD (non-processed meat-based diet, rauw vlees, vis, eieren, organen, botten, groenten, bessen versus een UPCD (ultra-processed carbohydrate-based diet - brokken). Macronutriëntenverhouding NPMD: circa 45% eiwit, 50% vet, 0–10% koolhydraten. UPCD: 16–38% eiwit, 6–18% vet, 40–60% koolhydraten.

De hoofdbevindingen: voedingsstijl was significant geassocieerd

In zowel de puppyfase als de adolescentfase was een NPMD geassocieerd met een significant lager CE-risico; een UPCD met een significant hoger risico. De associaties waren het sterkst in de puppyfase en bleven statistisch significant na aanvullende correctie voor ras-aanleg.

OR 0,78

NPMD puppyfase: geassocieerd met lager CE-risico (OR 0,777 · p<0,001)

OR 1,29

UPCD puppyfase: geassocieerd met hoger CE-risico (OR 1,287 · p<0,001)

OR 0,77

Tafelresten puppyfase: geassocieerd met lager CE-risico (OR 0,773 · p<0,001) — bij dagelijks voeren OR 0,324

OR 0,87

NPMD adolescentfase: associatie bleef significant (OR 0,873 · p=0,008)

OR 1,15

UPCD adolescentfase: associatie bleef significant (OR 1,146 · p=0,008)


Thuisgekookt voer, deels dezelfde ingrediënten als NPMD maar dan verhit - was niet significant geassocieerd met minder CE. De auteurs opperen als hypothese dat de mate van verwerking van belang kan zijn, maar dit werd niet rechtstreeks onderzocht in de studie.

Specifieke voedingsitems: geobserveerde associaties

Naast voedingsstijl werden ook afzonderlijke voedingsitems geanalyseerd op hun associatie met CE. Het gaat hier om geobserveerde verbanden, niet om bewezen beschermende of schadelijke effecten.

Rauwe botten en kraakbeen

Geassocieerd met lager CE-risico in puppyfase en adolescentfase. Het verband was sterker bij hogere frequentie (bij dagelijks voeren: OR 0,661 in puppyfase).

Bessen

Al een paar keer per jaar geassocieerd met lager CE-risico (OR 0,713 · p=0,001). De auteurs noemen anti-inflammatoire eigenschappen van wilde bosbessen als mogelijke verklaring.

Tafelresten en etensresten

Geassocieerd met lager CE-risico, met een dosis-effect: bij dagelijks voeren OR 0,324 in de puppyfase.

Rawhides

Geassocieerd met hoger CE-risico (OR 1,833–2,172), toenemend met hogere frequentie. De studie geeft geen definitieve verklaring voor dit verband.

Achtergrond: mogelijke mechanismen volgens de auteurs

De auteurs beschrijven een aantal mogelijke mechanismen, waarbij zij nadrukkelijk verwijzen naar eerdere literatuur, deze mechanismen werden niet rechtstreeks onderzocht in de studie zelf. 


Zo verwijzen zij naar eerder onderzoek waaruit blijkt dat thermische verwerking van eiwitten en koolhydraten Maillard-reactieproducten en advanced glycation end products (AGEs) produceert, die in andere studies in verband zijn gebracht met ontstekingsprocessen in de darm. Ook noemen zij additieven zoals emulgatoren in brokken als mogelijke factor. De afwezigheid van een significant effect van thuisgekookt voer zou kunnen wijzen op een rol van verwerking, maar dit blijft een hypothese van de auteurs. 


Voor rauwe botten en kraakbeen opperen de auteurs dat glucosamine en glycosaminoglycanen, aanwezig in kraakbeen, een rol kunnen spelen bij de darmbarrièrefunctie. Ook dit betreft achtergrondliteratuur, niet een bevinding uit deze studie.

Vuori et al., 2023

Scientific Reports, 13:1830 - Cross-sectionele epidemiologische studie met longitudinale data. n=7.050 (puppyfase) / n=5.928 (adolescentfase). 1.016/699 CE-gevallen. DogRisk FFQ, Universiteit van Helsinki. DOI: 10.1038/s41598-023-27866-z


Wetenschappelijk eerlijk

Dit is een observationele studie op basis van eigenaarrapportage, geen gecontroleerd experiment. De studie toont associaties, geen oorzaak-gevolgrelaties. CE-diagnoses zijn niet in alle gevallen veterinair geverifieerd. Hoeveelheid van voedingsitems werd niet gemeten, alleen frequentie. De geobserveerde verbanden voor specifieke items zijn gebaseerd op dezelfde observationele opzet. Prospectieve interventiestudies zijn nodig voordat preventieve of causale conclusies kunnen worden getrokken.

Wolfork en het onderzochte voedingspatroon 

Wolfork past binnen het onderzochte NPMD-patroon dat geassocieerd was met een lager CE-risico: onbewerkt, hoog in dierlijke eiwitten en vetten, laag in koolhydraten, met vis en rauwe ingrediënten. Dit betekent niet dat Wolfork CE voorkomt, de studie bewijst geen causaliteit en individuele uitkomsten kunnen sterk variëren. Of de geobserveerde associaties zich vertalen naar individuele honden, is op basis van deze studie niet te zeggen. Dat is precies waarom de auteurs prospectief vervolgonderzoek aanbevelen.

Wat dit in de praktijk betekent

Dit is de grootste studie naar vroege voeding en darmgezondheid bij honden tot nu toe, meer dan 7.000 honden, twee levensfasen, specifieke voedingsitems. Een NPMD was significant geassocieerd met minder CE; een UPCD met meer. Specifieke items zoals rauwe botten, bessen en tafelresten waren geassocieerd met minder CE; rawhides met meer. Thuisgekookt voer was niet significant geassocieerd, de verwerking als verklaring blijft een hypothese. Wolfork past binnen het onderzochte NPMD-patroon. Prospectieve interventiestudies zijn nodig om causale conclusies te kunnen trekken.

Rauwe voeding - passend bij het onderzochte NPMD-patroon

Geen extrusie · Rauwe ingrediënten · Gekoeld thuisbezorgd

Bron

Vuori, K.A., Hemida, M., Moore, R., Salin, S., Rosendahl, S., Anturaniemi, J. & Hielm-Björkman, A. (2023). The effect of puppyhood and adolescent diet on the incidence of chronic enteropathy in dogs later in life. Scientific Reports, 13:1830. DOI: 10.1038/s41598-023-27866-z

Terug naar blog

Reactie plaatsen

Let op: opmerkingen moeten worden goedgekeurd voordat ze worden gepubliceerd.